Gezondheidscentrum Bonkoukou
Plannen voor een medische post
Ninafri startte in 1994 met de bouw van een dispensarium in Bonkoukou, een dorp gelegen langs de asfaltweg naar Filingué, op 140 km van de hoofdstad Niamey. Bonkoukou ligt centraal ten opzichte van een groot aantal dorpen. Iedere zondag wordt hier een grote markt gehouden waarnaar van heinde en verre mensen afzakken. Op medisch vlak staat Bonkoukou in voor een bevolking van 30.000 inwoners.
Wij namen contact op met het Nigereese ” Ministère de la Santé” en bespraken welke voorzieningen volgens het ambitieus Ministerieel Plan 2000, een studie uitgewerkt door een Zwitsers onderzoeksteam, werden gepland voor Bonkoukou.
De te voorziene uitbreidingen werden onder de loep genomen. Behalve aan een verbeterd dispensarium, was er nood aan een materniteit, een labo , een ruimte voor vaccinaties en postnataal onderzoek, ziekenkamers, een keuken en een logement voor de vroedvrouw.
Vervolgens stelden we de bestaande type-plannen voor Bonkoukou in vraag. De gebouwen zouden worden geconstrueerd uit metselwerk in betonblokken, daken in zinken golfplaten, houten zolderingen en deuren, en de nodige elektrische toestellen voor de koeling van de lokalen. Met de nodige moeite konden we uiteindelijk het Ministerie overtuigen om af te stappen van deze “moderne” bouwtechniek bij gebrek aan elektriciteit in Bonkoukou. Het koelen van de kamers met een dieselgroep zou onbetaalbaar zijn. Er werd ons schoorvoetend toelating gegeven de gebouwen op te trekken in de oude, enigszins in onbruik geraakte lokale bouwtechniek, ‘banco’.
Banco zijn zelfgemaakte zongedroogde ‘modderstenen’ van klei vermengd met stro.
Het voordeel van deze traditionele bouwwijze is dat enerzijds geen hout van de zeldzame bomen nodig is (alle daken worden uitgevoerd in drukbogen en gewelven), en dat anderzijds door de zware bouwstructuur (muren tot 80cm dikte) een thermische massa wordt gecreëerd, waardoor de gebouwen inwendig koel blijven aanvoelen bij buitentemperaturen tot 50°C.
De Nigereese staat en Ninafri stelden een “Protocol d’accord” op waarbij Ninafri zich engageerde in te staan voor de renovatie van de bestaande infrastructuur, en het optrekken van nieuwe gebouwen. De Nigereese staat verklaarde zich bereid personeel te voorzien van zodra het complex in uitbating zou gaan.
We maakten een uitgebreid dossier op en legden dit voor aan de Belgische Staat (toen nog ABOS). Ninafri verkreeg een toelage van € 400.000.
De uitwerking
Een Nigereese antenne van de Canadese organisatie “Construction sans bois”, die de Banco bouwstijl worldwide promoot, stelde twee architecten ter beschikking: de Canadese Marieline Uhde en Peter Tunley, een Brit. Zij leidden de lokale bevolking op tot volwaardige metsers. Gedurende drie jaar werd er gebouwd (van 1994 tot 1997).
De 80cm dikke muren en 60cm dikke gewelf- en koepeldaken maken het binnen 5°C koeler dan buiten, zodat er geen energie dient gestopt in koelgroepen. Bovendien is elk gewelf en elke koepel voorzien van een metalen luik waardoor een schouweffect verkregen wordt en natuurlijke luchtstroming vanuit de lage ramen extra verkoeling brengt. Dit werkt erg efficiënt.
Salifou Souleymane een lokale ingenieur-aannemer construeerde alle metaalwerk voor het centrum zoals ramen, deuren, tafels, stoelen, bedden, onderzoektafels etc. Op deze wijze werd uiteindelijk ons ganse centrum gebouwd door de lokale bevolking.
Bonkoukou werkt
Sinds einde 1998 is het centrum in Bonkoukou operationeel. Het wordt integraal gerund door lokaal personeel: een hoofdverpleger, een vroedvrouw, een verpleegster en een laborant, betaald door de Nigereese staat.
Via betalende geneeskunde (€ 1,50 per consultatie) kan de stock medicamenten op peil gehouden worden.
De overige werkingskosten (€ 330 per maand), het salaris van onderhoudsman Gado (€ 70 per maand) en het onderhoud van de gebouwen ( € 2.500 op jaarbasis) worden voorlopig nog gedragen door Ninafri. In 2009 werd in samenspraak met het beheerscomité van Bonkoukou besloten de vaste steun over drie jaar af te bouwen.
Het onderhoud van de gebouwen bestaat voornamelijk uit een jaarlijks aan te brengen kleilaag op de daken voor de waterdichting en het cementeren van de westgevels tegen erosie.
Het inwendige onderhoud zoals schilderwerken en allerhande kleine herstellingen nemen zij voor eigen rekening.
Maandelijks ontvangen wij per mail een overzicht van de resultaten van de werking en van de gemaakte kosten.
Bonkoukou werkende houden
Initieel werd het centrum voorzien van een dieselgroep om ’s nachts te kunnen voorzien in verlichting bij bevallingen en dringende ingrepen. In 2004-2005 werd overgeschakeld op zonne-energie. Omdat er teveel problemen waren met de batterijen voor de zonne-panelen werd in 2008 overgeschakelt op electriciteit via het net. De zonnepanelen dienen nu als back-up maar er wordt naar een oplossing gezocht om het zonne-energie net opnieuw te optimaliseren.
In 2006 schonk Ninafri een ambulance (Toyota Tercel 4×4)
Recente bijdragen van Ninafri:
- aankoop van een vaccinatiefrigo op zonne-energie;
- opleiding van matrones: “oudere” vrouwen van de omliggende dorpen die een cursus eerste hulp krijgen en een doos met basismedicamenten. Deze matrones staan ook in voor de verwijzing van zieken en zwangere vrouwen naar Bonkoukou. Gezien het analfabetisme bestaat een dergelijke cursus uit in plastic gebonden tekenboeken, die niet goedkoop zijn maar wel zeer degelijk.
Dit centrum is een juweeltje in het dorre Niger en ontving inmiddels al tweemaal de prijs ‘Palme d’Or’ als best werkende en best onderhouden CSI (Centre de Santé Integrée) van Niger
Water-windmolens en groentetuinen Marakou en Diguina
Juist na de oplevering van het gezondheidscentrum te Bonkoukou in 1998 werd ook gestart met twee irrigatieprojecten in naburige dorpen; Marakou en Diguina.
Dit gebeurde in samenspraak met dhr Salifou Souleymane en de lokale vrouwengroepen. Deze tuinen zijn omheind en voorzien van een waterput met windmolen en reservoir (puits, éolienne et château). Zo hoeven de vrouwen niet meer elke dag kilometers te lopen om het nodige water aan te dragen voor irrigatie en consumptie.
Na oplevering werden deze tuinen overgedragen aan het lokale beheerscomité.
“Help de Wodaabe aan Water” Waterboring in Belen-Tanfirgan
Als rondtrekkende herders kunnen de Wodaabe niet zonder hun runderen. En de runderen kunnen niet zonder graslanden en water. Geen evidente situatie in de Sahel. De beschikbaarheid van water en het beheer ervan is cruciaal voor de veehouderij.
Slechts enkele waterputten zijn eigendom zijn van Wodaabe-families. Bij de waterputten komen verschillende groepen hun kuddes drenken. Er kunnen slechts een beperkt aantal dieren op hetzelfde moment gedrenkt worden. Dit verloopt zeer ordelijk. De kuddes nemen in sterformatie plaats rond de put en wachten hun beurt af. Het water wordt via een katrol naar omhoog gehesen en in een trog gegoten. De vrouwen komen de waterzakken vullen voor dagelijks gebruik. De putten zijn de plek bij uitstek voor sociale contacten en de uitwisseling van informatie. Boringen met aangepaste pompinstallatie, die niet enkel een grotere waterzekerheid bieden, maar ook een veel groter debiet leveren, zijn voor de Wodaabe moeilijk bereikbaar.
De meeste waterputten en boringen behoren echter de Touareg toe. Deze nomadengroep vraagt voor het gebruik van deze putten vaak onredelijke bedragen aan de Wodaabe. Water betekent macht in de Sahel en waterzekerheid is noodzakelijk om te overleven.
Als kleine etnische groep worden de Wodaabe vaak genegeerd door de Nigerijnse overheid en door de internationale hulpverlening. Een deel van de Wodaabe hebben zich verenigd in de Association Djabbral, de cereniging waar Ninafri mee samenwerkt.
Djouri Bigué leidt Djabbral en is zich er van bewust dat het nomadenleven op lange termijn niet vol te houden is en dat de Wodaabe binnen onafzienbare tijd sedentair moeten worden. In het aan hen toegewezen gebied zijn echter alleen enkele traditioneel gebouwde putten aanwezig die vaak verzanden en bij gebrek aan regen ook vaak droog staan.
Concrete plannen
Toen een groep Wodaabe te gast waren in het Zuiderpershuis in Antwerpen, vroegen ze aan Ninafri om hen te helpen bij de realisatie van een waterput.
In de regio van Tchin Tabaraden in het departement Tahoua is het waterprobleem groot. In Belen Tanfirgan, een grote Wodaabe nederzetting, is de nood het hoogst. De bewoners van Belen Tanfirgan en die van omliggende kampen leggen dagelijks enorme afstanden af om zichzelf en hun veestapel te bevoorraden met water. Het dorp bestaat uit een honderdvijftigtal families met vijf tot tien kinderen. In totaal telt de gemeenschap meer dan tienduizend runderen. Er is per dag slechts één liter water beschikbaar per persoon. Op verzoek van Ninafri werd door Djabbral een volledig dossier opgesteld met de aanvraag voor de financiering van een waterproject in Belen Tanfirgan.
Voor het realiseren van haar projecten doet Ninafri steeds een beroep op specialisten om de slaagkans te verzekeren. Voor dit project namen wij contact op met Jacques Louvat, een hydrogeoloog die al 15 jaar in Niger werkt en er reeds enkele honderden waterpprojecten realiseerde. Omdat elk project in eerste instantie een lokale aangelegenheid is werd vanzelfsprekend ook nauw samengewerkt met lokale specialisten en overheden.
Het gaat om gecementeerde putten van vaak meer dan 100 meter diep en en met een diameter van 1,8 meter. Het construeren van deze putten is een erg moeilijke onderneming die veel ervaring en kennis vereist en waar dus ook veel geld voor nodig is.
Omdat water in de woestijn macht betekent, is het belangrijk dat het project ook op sociaal gebied begeleid wordt. Er werden contracten opgesteld met daarin de duidelijke afspraak dat alle families samen eigenaar worden van het project, en zeker niet één individu of één familie. Een beheerscomité werd opgericht en zal instaan voor het onderhoud van de volledige installatie. Omdat een synergie tussen watergebruik, hygiene en sanitatie absoluut noodzakelijk is, werden er sensibiliseringscampagnes georganiseerd.
Een betere toekomst
Vooral voor de vrouwen van Belen Tanfirgan zal het permanent over water kunnen beschikken een grote verbetering betekenen. De waterbevoorrading maakt nu het grootste deel van hun dagtaak uit. Dankzij de beschikbaarheid van water zullen ze meer tijd kunnen vrijmaken voor andere belangrijke socioculturele activiteiten. Ook zal er het hele jaar door meer aandacht en energie kunnen gaan naar de aanleg en het onderhoud van groententuinen.
Het ter beschikking hebben van water in de eigen leefgemeenschap heeft niet noodzakelijk nadelige gevolgen, integendeel, er zijn veel aanvaringen tussen eigenaars en gebruikers van waterputten. Met realisatie van deze waterboring raken deze conflicten opgelost.
Op ecologisch gebied zal de strijd tegen de oprukkende woestijn verdergezet kunnen worden. In het kader van een herbebossingsproject werden al meer dan 4.000 bomen aangeplant. Door de beschikbaarheid van water kunnen er ook rond het dorp struiken en bomen aangeplant worden.
Vele ziektes worden veroorzaakt door vervuild water. Dankzij het zuivere water zal dus ook de gezondheidszorg er stevig op vooruitgaan.
Jacques Louvat, en Walter Mondt (Ecorem) controleerden de door ons vergaarde informatie op technisch vlak en gaven ons het advies om geen put te bouwen, maar voor een boring te opteren omdat de kans om water te vinden op een diepte die haalbaar is voor een put te klein is. Dit heeft natuurlijk grote financiële gevolgen, omdat een boring vele malen duurder is dan een put. Omdat water in de woestijn macht betekent, is het belangrijk dat het project ook op sociaal gebied begeleid wordt. Er werden contracten opgesteld met daarin de duidelijke afspraak dat alle families samen eigenaar worden van het project, en zeker niet één individu of één familie. Met Ibrahim Hassane werd een contract afgesloten voor het oprichten van een beheerscomité en voor het opleiden van verantwoordelijken die instaan voor het onderhoud van de generator. Hij zal ook een sensibiliserings campagne leiden rond het gebruik van water en hygiëne.
Na evaluatie van alle opgemaakte studies werd besloten om ipv een waterput, een boring te realiseren, die permanent veilig water kan leveren.
In augustus 2009 werd het project in Belen Tanfirgan, zo’n 700km ten NE van Niamey in volle Sahel gebied afgerond. De volledige boring en randinstallaties waren operationeel. Het beheer van de boring werd overgedragen aan het beheerscomité van de “Association Djabbral”, de lokale veehoedersvereniging.
Enkele details:
- Boring naar 204 mtr, hydraustatisch niveau op 116mtr.
- Volledige pvc behuizing.
- Generator
- Watertoren.
- Reservoir
- Drinkbakken voor het vee.
- Waterkranen voor de bevolking.
Deze vereniging, samengesteld uit de vertegenwoordigers van alle families uit de omstreken van Belen Tanfirgan, zijn de begunstigden van de nieuwe installatie.
De vooropgestelde samenwerking tussen Ninafri en Djabbral zoals oorspronkelijk beschreven verliep zoals gepland. Het opgerichtte Comité de gestion nam haar taken zeer au serieux!
- secure rapportering naar Ninafri België en Ninafri Niger.
- tijdens de werkzaamheden logies en xtra mankracht leveren aan de verschillende aannemers
- contacten met de lokale overheid onderhouden
- sensibiliseringscampagne “veilig watergebruik en hygiëne” implementeren
- opvolging goed functioneren “comité de gestion” organiseren met de lokale overheden
- opleidingen boekhouding “comité de gestion” via BTC
- afvaardigen en opvolging opleiding techniekers boring
- …
De inplanting van de boring met al zijn randinstallaties bereikte juist na de oplevering in aug 2009 zo’n 1500 mensen direkt. Dit in normale omstandigheden; dwz tijdens de normale bezetting van de nederzetting. Deze nederzetting groeit trouwens gestaag aan. Op middellange termijn voorziet Djabbral zo’n 3500-5000 bewoners in en dichtbij de nederzetting.
De boring zelf, zonder afwerking randinstallaties, is reeds operationeel van maart 2009. Belen Tanfirgan ligt tussen een netwerk van andere pastorale boringen; allen op redelijk grote afstanden van 25-45 km van elkaar. Tijdens de maand april 2009 ( heetste moment van de droge periode) waren er twee naburige boringen defekt. Het duurde een volledige maand om deze te repareren; beide naburige Touareg gemeenschappen waren toegewezen op Belen Tanfirgan voor hun waterbevoorrading voor mens en dier. Er werd in die periode 15u/dag opgepompt.
Direkt bereik op dat moment zo’n 10.000 mensen en 30.000 dieren.
Mede hiermee rekening houdend kunnen we een indirect bereik van de boring stellen op zo’n 50.000 mensen.
Toukounous, watertoren en pomp
Toukounous is een dorp gelegen op 40km van Bonkoukou, enkel bereikbaar via een laterietpiste.
In dit dorp is een waterput aanwezig op een diepte van 30m.
Deze waterput werd in 1995 voorzien van een gemotoriseerde pomp vermits er zich onmiddellijk in de buurt van deze put een constructieatelier bevindt waar gelast wordt en waar dus nu en dan een zware diesel wordt gebruikt voor het opwekken van de lasstroom. Tijdens deze werkzaamheden wordt de pomp nu ook automatisch gestart.
Er werd een waterreservoir van 5.000liter gebouwd dat telkens als de lasdiesel loopt automatisch het reservoir gevuld wordt en de dorpelingen water putten vanuit het reservoir en niet meer afhankelijk zijn van de tijdstippen waarop de diesel draait om water te halen.

























